dvdarchief



Marmotte 1993

Een superkort weekend.
Eerst op 17 juni een hele dag (17uur) reizen, vanwege het feit de we een busje gehuurd hadden, met daarachter een aanhanger waar alle fietsen op konden.
De 18e infietsen richting "Le Berarde" en Les 2 Alpes.
En op de 19e moesten we er klaar voor zijn, dat waren we ook.
Vooral Emiel Nijhuis, die al na 2 kilometer demareerde en pas op het laatste deel van de Croix de Fer werd teruggepakt door Emiel Hesselink, Rudi en René Evers.
In twee groepen werd de tocht voortgezet, de eerste 4 en een groep van 3 (Gait, Wim en Ben).
We hadden wel de luxe van een volgauto en begeleiding wat betreft ravitaillering, kleding e.d.. Marietje Koekkoek en Ronnie Nijmeijer zorgden hiervoor.
Op de Galibier viel alles uit elkaar en reed Emiel H. de rest uit het wiel om ze op de L'Alpe d'Huez pas weer te zien.
Het was wel zeer imposant op de Galibier, sneeuwmuren van meer dan twee meter hoog waren geen uitzondering, prachtig!

De rest volgde moeizaam en vooral Quickstarter Emiel N. had het erg moeilijk op het laatste deel van de Galibier.
Toch reed iedereen een geslaagde Marmotte, zeker de voorbereiding in ogenschouw genomen en hadden we voor de eerste keer een echte zware Alpentocht gereden.


1994: Bourg St.Maurice en Le Bourg d'Oisans

In 1994 gingen we met een beperkt groepje van slechts 5 fietsers naar de Alpen. Wel onder de professionele begeleiding van Marietje Koekkoek, die video's en foto's maakte, die zorgde voor het eten onderweg en ook nog eens alle reservemateriaal verzorgde.
Eerst in Le Bourg St. Maurice, waar direct al Les Arcs beklommen werd. Een klim naar meerdere wintersportplaatsten op 1600, 1800 en 2000 meter hoogte. Ook de klim waar Indurain het erg zwaar had in de Tour van 1996.
Eigenlijk best wel een makkelijke klim van gemiddeld 5% en tot Arc 1600 slechts een 13 kilometer lang.
De volgende dag gingen we echt het fraaie hooggebergte in en werd de mooie Cormet de Roselend beklommen, in het begin tussen de koeien, die over de weg de berg opgedreven werden en later door het fraaie dal met het riviertje.
In 1996 zou deze afdaling wereldberoemd worden door Bruyneel, die achter het dal met alleen maar mooi lopende bochten in de eerste scherpe bocht, als je het dal uitrijdt, rechtdoor schiet en wonder boven wonder ongedeerd blijft.
Na de Cormet weer via dezelfde kant afgedaald en door het dal naar Aime gereden om vanuit dit dorpje de beruchte klim naar La Plagne te fietsen. 17 kilometer lang en gemiddeld 8% was inderdaad heel pittig, zeker als iemand zo kapot zit en de weg niet meer vindt vlak onder de top en naar het verkeerde "La Plagne" rijdt.(La Plagne is een verzamelnaam voor 6 kleine skidorpjes)
De laatste dag de hoogste alpencol: Col d'Iseran, 2770 meter hoog.(De Bonette is wel hoger, maar is geen col)
Ben was die dag goed in vorm en ging er op het deel net voor Val d'Isere ervandoor, toch verderop in de klim weer teruggepakt en zo ging het relaxed verder de Iseran op, waar het landschap steeds ruwer werd en waar bovenop nog skiërs bezig waren!
De volgende dag was de dag van de verplaatsing: over de Madeleine en de Glandon, twee Alpenreuzen vlak achter elkaar.
Waarna werd doorgereden naar het fietshotel van Leon en Monique, 149 kilometer stond op de teller die dag.
Vanuit Venosc om te wennen een rustige etappe over de l'Alpe d'Huez en afgedaald over de fraaie Col de Sarenne, die nog niet geopend was. Op sommige delen moesten we echt laveren tussen de rotsblokken!
De laatste dag weer een koninginnerit.
Eerst met de auto naar La Condamine aan de voet van de Vars en vandaar uit achtereenvolgens de Vars, Izoard, Lautaret en Galibier, vervolgens weer afdalen naar het hotel in Venosc.
Het viel niet mee, na een week veel fietsen waren de benen merkbaar slechter.
De Vars met z'n laatste 5 kilometer van 10%, werd nog het best verteerd door de senioren van het gezelschap.
Datzelfde gold voor de Izoard met het steile deel net voor de Cassé Deserte, waar Ben en Gait weer als eerste boven kwamen.
De Lautaret is niet steil, maar door de sterke tegenwind werd deze kop over kop beklommen, bovenop rechts en moeizaam ging het over de laatste 8 steile kilometers de Galibier op, waarna er een pracht afdaling naar Venosc volgde.
De laatste dag werd nog eventjes voor de liefhebbers La Berarde beklommen, om daar midden in het Massif des Ecrins van het lekkere koele riviertje te genieten.

1995: Annecy en La Marmotte.

In 1995 wilden we weer naar de Marmotte, maar dan beter voorbereid dan in 1993. Het leek ons dus ideaal om eerst enkele dagen bij Annecy te fietsen en daarna, met al enkele cols in de benen, de Marmotte te fietsen.
In de buurt van Annecy werd de koude, soms steile en natte Forclaz beklommen, daarna de Croix-Fry en werd er afgedaald via de beroemde Aravis.
De volgende dag de Crêt de Chatillon, vanuit Annecy een zware col, met prachtig uitzicht over het meer van Annecy.

Daarna ging het naar de omgeving van de l'Alpe d'Huez.
De bedoeling was over de Madeleine en de Glandon te fietsen, maar de Madeleine was nog dicht en de Glandon kon op de fiets beklommen tot één kilometer onder de top. Er was eenvoudig te veel sneeuw op de weg, zodat we hele stukken moesten lopen, de auto moest zelfs helemaal via Grenoble rijden om in Le Bourg d'Oisans te komen!
Grote twijfels rezen er dus wat betreft de berijdbaarheid van de 700 meter hogere Galibier.
De situatie werd de volgende dag ter plekke bekeken en het bleek dat de Galibier gesloten was, dus geen Marmotte.
Toch even voor de zekerheid aan mensen gevraagd, die bezig waren met de winterafsluiting.
Ze gaven ons hoop door te zeggen dat je er niet met de auto overheen mocht, maar wel met de fiets.
 
La Marmotte.
De hele nacht had het in het dal geregend, was dit op de Galibier sneeuw dan konden we het wel schudden.
Gaan we of gaan we niet?
Wim nam het voortouw en zei "ik rij zover ik kom en zit de Galibier dicht dan ga ik terug", daar was iedereen het mee eens.

Gelukkig konden we de tocht op een normale manier fietsen, de Galibier had hoge sneeuwmuren, maar je kon er fietsen.
Het weer klaarde in de loop van de dag op en iedereen reed naar mogelijkheden zijn eigen Marmotte.

De laatste dag werd de Ornon beklommen, wat na de Marmotte toch niet echt lekker ging en keken we naar de aankomst op Vaujany van de Dauphiné Liberé.

1998: Andermatt


Een lekker warm weekend in de Zwitserse Alpen was de bedoeling, nou het weekend van 11 tot en met 14 Juni viel totaal anders uit. Veel sneeuw, niet alleen bovenop de berg, maar ook in de dalen. De eerste dag moesten we dan ook noodgedwongen uitwijken naar de zuidkant van de Alpen en vanuit het warme Roveredo werd de steenkoude Bernardinopass beklommen.
  De volgende dag werden we verrast door ongeveer 10 centimeter verse sneeuw! Alle passen waren gesloten, toch werd vol goede moed aan het rondje over de Sustenpass en de Grimsel begonnen. In de hoop dat de passen met de fiets wel berijdbaar zouden zijn. 
In het begin was de sneeuw in de dalen al gesmolten, maar op een hoogte van circa 1800 meter op de Sustenpass kwam een heuze lawine naar beneden! 

 
Verder omhoog kon niet en het plan werd gewijzigd.
De Oberalp moest worden beklommen. Na de afdaling in het dal was het in het zonnetje weer aangenaam, maar boven op de niet zo steile Oberalp, lag weer een flink pak sneeuw. 
 
De laatste dag stond de 4 Alpenpassentocht op het programma, voor een deel van de groep.
De andere helft reed de 3 Alpenpassentocht over de Furka, Nufenen en Oberalp en zou de andere groep misschien nog tegenkomen achter of tijdens de afdaling van de Nufenen.
En inderdaad kwamen de twee groepen elkaar in Airolo tegen, de andere groep had dus al de Oberalp en de Lukmanier achter de rug en moesten nog over twee loodzware cols: de Nufenen en de Furka.
 
De lange aanloop naar de Nufenen en het koude weer had tol geëist, want op de Nufenen viel alles uit elkaar. Bij een temperatuur van 2 graden boven nul werd de afdaling ingezet, maar helaas op de Furka werd het nog erger!

Hier begon het zelfs te sneeuwen en te hagelen, de temperatuur zakte tot om het vriespunt!
Ondanks de kou kwam iedereen boven, maar de afdaling was voor enkelen vanwege de steenkoude handen niet meer te doen!
Maar na een warme douche en een stevige maaltijd kon iedereen terugkijken op een zeer bijzonder weekend.

1999: Dolomieten


Eind Juni zijn we met 13 man en 1 vrouw naar de Dolomieten geweest, om precies te zijn in Arabba.
Dit piepkleine dorpje is een prachtige uitvalbasis voor allerlei tochten, want het ligt precies centraal ingeklemd tussen meerdere Dolomietenpassen.
 
De eerste dag
reden we om het Civettamassief over de steile Passo Duran, waarbij de afdaling met percentages van 16% ons deed verrassen, de volgende pas was de Staulanza waarvan de top vlak onder de steil omhoog rijzende Mont Pelmo ligt.

De tweede dag
gingen we vauit Cortina d'Ampezzo een rondje rijden om het Civettamassief, twee echte klimmen zaten in dit compacte rondje; de relatief eenvoudige Tre Croci en de supersteile doodlopende tolweg naar de Tre Cime de Lavaredo. De laatste 4 kilometers lopen hier tussen de 12 en 15% omhoog!

Eerst twee steile kilometers en dan bij het begin van de tolweg een vlakke kilometer en daarna beginnen de laatste 4 kilometer waar deze klim berucht om is.
Voor velen van ons was het stampen om boven te komen en deden over deze 7 kilometer langer dan 40 minuten.
  
De steile klim was slechts een voorproefje van wat de afsluitende dag op het programma stond: de 7 passentocht.
Dit waren de Pordoi, Sella, Gardena, Valparola, Giau, Fedaia en nog eens de Pordoi!
Ongeveer 5000 hoogtemeters in 160 kilometer!
 
De 7 passentocht
Slecht weer was het die bewuste 27 Juni in de Dolomieten, de eerste 3 cols motregen en hagel.
Bovenop de Valparola was het ijzig koud en onderaan de Giau begon het te onweren!
 
Toch konden we verder toen het op de Giau wat opgeklaard was, maar deze 5e klim was voor sommigen van de groep de genadeslag, waar het bij de eerste cols nog gemakkelijk omhoog ging en iedereen in de groep bleef, daar was het op de Giau totaal anders; de verschillen liepen op tot meer dan een kwartier in 10 kilometer klimmen! Het deed de helft van de groep besluiten om niet het "ommetje" over de Fedaia en de Pordoi te doen, maar om rechtstreeks terug naar Arabba te gaan. De Fedaia was net zo'n killer als de Tre Cime van gisteren; de laatste 5 kilometer achter Malga Ciapela tot aan de top zijn ook constant 12% of meer en zeker het lange rechte stuk met dit percentage doet je denken dat er geen eind aan deze klim komt!
 
Hierna volgde een afdaling langs de Marmoladegletscher, even later suisden we Canazei binnen. De Pordoi was goed te doen. Ondanks de regen, hagel, kou en onweer hadden 6 van de groep de tocht uitgereden en kon iedereen terug kijken op een perfect weekend in de Dolomieten, waar iedereen met veel ontzag, vanwege de waanzinnig steile klimmen en de perfecte natuur, op terugkijkt.