dvdarchief

Verhalen

(De onderstaande verhalen zijn door mij geschreven, tenzij anders vermeld. Bij elk verhaal staat een datum wanneer het geschreven is, want elke tijd kent zijn eigen omstandigheden!)

Col de Grand Colombiere (1505 M.) ( Vakantie, zomer 1995)

Volgens het maandblad " Fiets " het zwaarste stukje asfalt van Frankrijk en omstreken en ik kan nu alleen maar zeggen dat waar ik ben geweest het nergens zo lastig was.
Prima voorbereid begin ik aan deze klus (ik heb er al anderhalve week vakantie opzitten met talloze cols o.a. Val Thorens, Grand Cucheron, Cormet de Roselend, Col des Saisies, Mont Revard, Col du Joly - de col met het mooiste panorama op de Mt. Blanc -, Col du Granier), parkeer m'n auto in Rumilly, fiets om warm te worden over de Col du Sapenay en in de afdaling zie ik dan de Grand Colombiere, steil oprijzend uit het landschap.
Voordat ik eraan begin haal ik eerst water in Culoz, daar waar de steile wand begint, alhoewel dit de steilste kant lijkt moet ik hier niet naar boven, maar zo'n 6 kilometer verder in Tallissieu, daar waar de Grand Colombiere lang niet zo stijl
lijkt en meer een lieflijk groen heuveltje is.
Het begin is makkelijk; een mooi en rustig weggetje gaat met een procentje of 8 naar boven en leverd totaal geen probleem op, dit word anders achter Virieu le petit, hier splitst de weg zich in een lange en een korte route naar de top en, juist ja, de korte moet je hebben, want die is steiler.
Een bordje met de tekst " Montéé 19 % " waarschuwd me voor de ellende die komen gaat, maar is er niet ergens in de buurt van Ibbenbüren een stukje van 25 % waar je moeiteloos tegenop spurt en is de " Redoute " na 200 kilometer door de Ardennen ook niet 20 % op z'n stijlst?
Dus zal het wel meevallen, denk ik.
Direct na de afslag gaat m'n teller onder de 10 en soms kijk ik achterom om in te schatten hoe steil het hier is, maar alles loopt scheef, niet alleen de weg maar ook de weiden, dus heb ik totaal geen idee hoe steil het hier is, is dit al de 19% ???
Een driehoekig verkeersbord, in de tegenovergestelde richting geplaatst om mensen te waarschuwen die hier afdalen, geeft me uitsluitsel; 12 % zie ik achterom op het bord kijkend.
Shit, maar als ik even verder een nieuw bord ontdek en m'n teller inmiddels 8 aangeeft heb ik nieuwe hoop dat dit toch de 19 % is, maar als ik het bord passeer zie ik 14 % staan, dit trucje flikt deze berg me nog twee keer.
Hevig stampend gaat het verder benieuwd of de 19 % überhaupt nog komt en dan ineens na een flauwe bocht zie ik de weg een knik omhoog maken terwijl het toch al 14 % steil is.
Aangekomen bij de " knik omhoog " zakt m'n teller weg naar waarden waarbij je je afvragen kunt of het niet zinvoller is om te gaan lopen, ik heb geen enkele twijfel meer dit is de 19 %!
Staand op de pedalen heb ik al m'n kracht en concentratie nodig om niet om te vallen, diepe ellende omdat ik door moet zonder af te stappen, dit mag niet veel langer duren dan moet ik wel.
Als ik weer even een vluchtige blik naar voren werp zie ik verderop een voorrangsbord, dat betekend dat de twee wegen weer samenkomen en dat het vlakker wordt, nog even doorstampen en ik ben er en zie dat het stuk van 19% 1,5 km. lang was en ik hiervoor ca. een kwartier voor heb gebruikt.
Even een " vlak " stuk van 4 % en dan toch nog twee zware kilometers van 10 %, die nu dubbelzwaar zijn omdat je benen totaal   opgeblazen zijn, bovenop heb ik een prachtig panorama op o.a.de Mt. Blanc en als ik door m'n watervoorraad ben krijg van een Nederlandse familie, die met de auto via de andere kant zijn bovengekomen ijskoude sinaasappelsap aangeboden.
Genietend hiervan vragen ze mij of de andere kant steil is, " ja ", zeg ik, " erg steil ".



Nawoord: In de Tour van 2012 wordt ook de Grand Colombiere vanuit Culoz beklommen, alleen het peloton neemt dan de langere en minder steile route, zodat het stuk van 1,5 kilometer met 19 % wordt gemeden)



Lönsberg (2003) 

Jarenlang zijn we onafscheidelijk geweest, maar de laatste

jaren is mijn bezoekfrequentie ernstig in het gedrang gekomen.

Afgelopen zomer ben ik amper 3 keer op zijn mooie flanken

geweest, terwijl dat enkele jaren geleden meer dan het

tienvoudige was. Mijn eerste kennismaking was samen met

Emiel Nijhuis en Marcel Weustink, in de tijd dat deze twee

heren samen met Emiel Hesselink bijna wekelijks met de

prijzen er vandoor gingen in de regionale “liefhebber-koersen”.

In de jaren die volgden trainde ik veel in zijn omgeving en weer

iets later was de Lönsberg de onafscheidelijke partner van

groep 1.Iedere week werden hier heroïsche gevechten

gestreden.Altijd weer was er op de zondagochtend hetzelfde

recept:

Vaak meer dan 5 kilometer voor het begin van de klim gingen

de meesten achterin de groep zitten om krachten te sparen

voor de ultime krachtexplosie.

Voordat de weg naar Uelsen overgestoken moest worden, werd

het angstvallig stil in de groep en na de oversteek probeerde iedereen een zo goed mogelijk plekje te krijgen iets meer

voorin de groep, om zo bij eventueel slechte benen enkele plaatsen te kunnen zakken zonder de aansluiting te verliezen.

Een enkele keer leidde dit gedrang tot valpartijen; Theo Snoeijink lag er al eens naast, Emiel Nijhuis samen met Wim

Nijmeijer buitelden er ook eens over elkaar op het asfalt.

En ook Jan Eppink zat hier eens totaal “dizzy” in de berm en werd met een Duitse ambulance naar het ziekenhuis in

Nordhorn gebracht.

Meestal kwam er een groepje weg, maar doordat deze jongens na die machtige explosie ook behoorlijk verzuurd waren,

kwamen er uit de achterhoede vaak groepjes terug, meestal onder leiding van Jan Eppink.

De varianten om boven te komen zijn legio. De grote weg in noord-zuid richting tussen Lage en Getelo, niet steil maar wel

lang, erg lang. Vroeger was deze variant nog niet eens geasfalteerd en lag er een niet al te beste kwaliteit klinkers! Dubbel

zo zwaar dus. Natuurlijk de oost-variant, die bijna wekelijks de finale van groep 1 inluidt.

Met het steilste deel in de bocht naar rechts, maar vooral met het valse plat bovenop en bijna altijd die verrekte tegenwind.

Hier kun je je niet verschuilen en wordt de klim je vriend of je vijand, iedereen van groep 1 zal beide hebben meegemaakt.

Maar wie rijdt er met zijn racefiets in Lage rechtsaf en draait iets verder naar links om via een uitermate lastig weggetje

weer op de noord-zuid route uit te komen? Bijna niemand!

Dan is er ook nog de onverharde variant, die altijd deel uitmaakt van onze jaarlijkse ATB tocht. Zeker bij natte

omstandigheden een niet te nemen hindernis voor sommige fietsers!

Zelfs de weersomstandigheden zijn er totaal anders bovenop dan in het dal, menigmaal werden we aan de “andere” kant

van de Lönsberg verrast door fikse regen, terwijl voordien de zon scheen.

Ook was er vaak in het nog prille en koude wielerseizoen sneeuw bovenop te vinden, terwijl we in Denekamp bij de start in

het zonnetje ons al opmaakten voor het naderende voorjaar.

De Lönsberg blijft voor altijd mijn vriend, een enkele keer mijn vijand!

 

 

Technologie en geld versus het oude gruispad. (2005)

Prachtig waren de zwart / witbeelden in de op één na laatste etappe van de Giro.

De organisatie had deze ronde echt zijn best gedaan; spectaculaire aankomsten, een proloog van 1100 meter over een

boulevard en als uitsmijter de passage over de ruim 2100 meter hoge, zeer steile en deels onverharde Col de Finestre.

Direct in het begin van de col moest rose truidrager Salvodelli lossen bij de concurrenten Rujano, Simoni en Di Luca en

bovenop was zijn achterstand al opgelopen tot meer dan 2 minuten en was Simoni virtueel leider in het algemeen

klassement. Wat volgde was een afdaling naar de voet van de slotklim die uitkwam in Sestriere.

Uiteraard liep in de afdaling de voorsprong van het trio op superdaler Salvodelli terug, maar wat we als neutrale

toeschouwer toen nog niet wisten was dat de ploegleider van Salvodelli allang tijdens de

klim contact heeft gehad met collegaploegleiders en met de nodige euro's een schaamteloze ploegenachtervolging op

touw zette om Salvodelli binnen zijn tijdslimiet boven in Sestriere te laten finishen. Op het zware stuk vals plat werd de

moegestreden Savoldelli perfect uit de wind gehouden en op de klim werd zelfs zo nu en dan achterom gekeken of

Savoldelli nog wel mee kon komen in het wiel, dit alles door renners van andere ploegen!!

Het resultaat is bekend: Savoldelli behoudt nipt zijn rose trui, mij met een enorme kater achterlatend.

 

Shimano 600 EX  (2005)

Als je de schuur opruimt dan kom je nog eens iets tegen. In mijn geval een totaal vergeeld oud doosje van een Shimano 600 ex achterderailleur.

Door mij aangeschaft begin jaren tachtig bij de Firma Kamphuis. Het prijskaartje half opgeplakt, de andere helft laat los en is omgekruld.

Het met de handgeschreven prijskaartje, waarschijnlijk indertijd door Margriet gemaakt, zit er nog op: voor dit geweldig mooie apparaat heb ik indertijd 38,50 gulden betaald.

Aangeschaft om mijn racefiets een beetje te “upgraden” en er tot begin jaren negentig elk seizoen zo’n 6000 kilometer mee te fietsen.

Mijn wielerdagboek erbij gehaald en toch mooi met dit derailleurtje onder andere de Glandon, Madeleine, Galibier en l’Alpe d’Huez gefietst en natuurlijk nagenoeg elk jaar Luik – Bastenaken – Luik.

Nu twintig jaren later zie je dat de techniek enorm veranderd is en dat in het bijzonder het gewicht van de onderdelen enorm is afgenomen.

Bladerend door oude literatuur kom ik tot volgende vergelijkingen:

Zo is de achterderailleur van Shimano Dura Ace niet alleen van 7 naar 10 tandjes gegaan, maar in gewicht van 350 naar

180 gram, bijna de helft minder!

De remmen van deze groep zijn afgenomen van 526 naar 314 gram per stel, terwijl de remwerking meer dan verdubbeld

is.

Een achternaaf weegt in 2005 nog maar de helft ( 264 gram) i.v.m. 1984.

Het gewicht van een topframe is van 1800 naar ongeveer 1200 gram gegaan en een totale fiets is in deze periode ruim

twee kilo lichter geworden.

Door al deze technische veranderingen zijn de prestaties van de coureurs natuurlijk ook verbeterd.

Het gevolg van deze gewichtsafname is natuurlijk vooral in bergetappes merkbaar.

Toch was ook de kennis van deze voordelen 20 jaar geleden veel minder dan nu.

Het lijkt nu heel erg logisch om een lichte fiets te hebben voor vooral bergetappes en criteriums ( bij het aanzetten na

een bocht is het verschil in gewicht ook cruciaal ) en is het bijvoorbeeld bij Parijs – Roubaix eerder een nadeel.

Toch reed Eddy Merckx bij zijn werelduurrecord ( 49.431 meter, Mexico 1972) op een fiets van nog geen zes kilo, terwijl

dit voor hem op een vlakke baan, zonder wind en met een gelijkmatig tempo van 50 kilometer per uur zeker geen

voordeel was. Hij had beter een zwaardere fiets kunnen hebben die wat minder luchtweerstand had.

Moser bewees jaren later Merckx zijn ongelijk door hem te verbeteren op een veel zwaardere, maar aërodynamische

fiets. De ontwikkeling van het werelduurrecord kreeg begin deze eeuw nog een staartje. De UCI stelde nieuwe regels

op: de fietsen moesten aan bepaalde eisen voldoen en de aërodynamica van fiets en wielrenner werd hierdoor negatief

beïnvloed.

Het uurrecord wat al eerder op ruim 56 kilometer had gestaan ( Boardman in 1996), werd door de nieuwe regel weer

eigendom van Merckx.

Lang duurde dit niet want Boardman pakte het weer terug in 2000 door het oude record met slechts 10 meter te

verbeteren!!

De prestatie van Boardman in 2000 geeft natuurlijk een extra dimensie aan het oude record van Merckx uit 1972.

Ondrej Sosenka verbeterde het uurrecord deze zomer naar een afstand van 49,7 kilometer, één dag nadat ik het oude

doosje terugvond van mijn 600 ex derailleur.

 

 

De Purist. (anoniem, alleen vermelding P./ herfst 1999) 
 
Gelukkig zijn ze er nog: de echte puristen, mensen die fietsen puur op emotie, die er ieder keer weer gesoigneerd uitzien, de fiets vaak van hoogwaardige kwaliteit en altijd keurig gepoetst!

Alleen worden ze een steeds kleinere groep in het aanzwellende peloton van toerfietsers, veelal bestaand uit mensen die twee keer per week moeten fietsen, op een in de haast gekochtte fiets van één of ander B-merk en zo denken fit te blijven.
De sokken te hoog opgetrokken tot halverwege de harige kuiten, een te ruim zittend shirt aan om de welvaartsbuik te verbergen.

Zo nu en dan zie ik de purist nog.
Wat een verschil ten opzichte van het massapeleton als verlengstuk van onze welvaartsmaatschappij.
Mooi diep zittend, sokken netjes over de enkels, kleding die perfect bij elkaar past en op fietsen veelal van Italiaanse makelij met daarop natuurlijk Campagnolo, what else?
Vaak zijn het solisten of duo's.
Meestal fietsen ze niet in die grote luidruchtige groepen, soms zelfs gedirigeerd door iemand met een fluitje in z'n mond!

Soms blijf ik er kilometers achter fietsen om ervan te genieten, souplesse is het toverwoord in plaats van stoempen.
De knieën mooi naar binnen gedrukt, vlak langs de bovenbuis en natuurlijk echte raceschoenen en niet van die te slappe loop/fietsschoenen, je fiets om het fietsen en niet om te lopen!
Binnenblad, terwijl de teller al bijna 40 aangeeft, wie kan dat nog?

Voor puristen is fietsen magie, alleen al bij de aanraking van hun mooi gepoetste Italiaanse racefiets krijgen ze al kippevel en gaat de hartslag omhoog.
Praat eens een keer met een purist en je ziet de flonkering in zijn ogen, gelukkig niet afgedekt door een donkere zonnebril!



Steen (Naar aanleiding van de lekke band van Boogerd op het W.K.'98 te Valkenburg/ januari 1999) 

PPPPPPsssstttttt hoor ik, terwijl ik mij goed vasthou aan het rubber zodat ik niet door de druk uit de band geblazen wordt.
De eigenaar van de fiets hoor ik vloeken en even later gaat hij op zoek naar mij, om me daarna triomfantelijk aan z'n fietsmaatjes te laten zien.
Weer iets later gooit hij me met een sierlijke boog daar waar ik het liefst ben: op de grond tussen andere steentjes.
Als hij zou weten wat voor steen ik was zou hij me never weer terug op de grond gooien.

In de laatste ijstijd werd ik als onderdeel van een groot machtig rotsblok tot in Limburg geduwd, na duizenden jaren erosie kon het machtige rotsblok geen weerstand meer bieden aan de tand des tijds en viel uit elkaar tot meerdere kleinere stukken.
Vorig jaar kwam ook aan onze kei een eind toen de machtige rupsbanden van een buldozer er over heen walsten en de kei deed versplinteren in duizenden, nee miljoenen steentjes.
En nu liggen we daar in de buurt van Bemelen geduldig te wachten op onze prooi.

Oktober vorig jaar was de tijd rijp en konden we eindelijk doen waarvoor we hier al die tijd op de grond liggen: ons vastbijten in het rubber van die irritante wielrenners die konstant over ons heen moeten rijden.
En als dat nu één keer gebeurt dan heb je er nog vrede mee, maar met het W.K. van vorig jaar kregen ik talloze keren 10 bar en 80 kilo over me heen.

Dus nam ik wraak!
Camenzind was de klos, hij reed over me heen en ik beet me vast in zijn voorband, maar tegen de kracht van zijn benen was niets bestand en ik kreeg niet eens de kans om me in zijn bandje vast te bijten.
Na twee omwentelingen schudde Oscar me af.
Dan maar direct de volgende proberen, hup ik beet me vast in de voorband van Boogerd en eigenlijk ging dit toch wel heel erg gemakkelijk in vergelijking met die machtige tred van Camenzind.
Langzaam maar zeker werkte ik me naar de binnenband om daar een klein miniscuul gaatje te maken.
Boogerd kreeg het al snel in de gaten, maar was zo stom te denken dat het allemaal wel meeviel en werd dus laatste van de kopgroep in plaats van tweede!

Nu lig ik hier weer in het Limburgse landschap te genieten van een natte herfst en wacht op de volgende slachtoffers.
Ik denk dat ik maar wacht tot de Amstel Gold Race en daar weer van me laat horen.
Tot die tijd blijf ik hier anoniem, maar toch beroemd, tussen miljoenen andere steentjes liggen van het eens zo machtige rotsblok. 

Een merkwaardige ontmoeting. (anoniem, alleen vermelding P./herfst 1999) 

Het was de laatste mooie dag in de herfst om er nog eens lekker met de racefiets op uit te trekken, een lange intensieve duurtraining leek me wel wat.
Lekker diep liggend op mijn stuur zie ik in de verte een fietser met een oud PDM-shitrje opdoemen, als ik dichterbij kom bekijk ik hem beter, iets wat ik altijd doe tijdens het wielrennen.
Ik zie vooral een erg smerige fiets en wat me verder opvalt zijn gympies en een onderbroek onder de wielerbroek, niet bepaald een gesoigneerde verschijning!
In het voorbij rijden groet ik hem en ontdek onder een te grote pothelm een man van een jaar of vijfenveertig met snor en een beginnend buikje.
Zo'n 10 kilometer verder zie ik hem weer, tussen Lattrop en Oud-Ootmarsum, voor me opdoemen. Hetzelfde shirtje, dezelfde smerige fiets en de gympies.
Nieuwsgierig haal ik hem in en zie terwijl ik hem opnieuw groet hetzelfde gezicht onder de te grote pothelm.
Hoe is dit mogelijk??
Eerst haal ik hem in tussen Denekamp en Lattrop, rij via de kortste weg naar Oud-Ootmarsum en haal hem opnieuw in.
Jaren geleden heb ik eens een oud vrouwtje twee keer ingehaald op de paralelweg naar Oldenzaal, alhoewel zij hooguit 15 per uur fietste en ik op de wielrenner zat. De eerste keer dook zij net buiten Denekamp voor me op en de tweede keer op de Oldenzaalse bult. Zwarte kleding en een uitstekende spiegel aan haar stuur, ik zie haar nog zo voor me!
Dit raadsel is in al die tijd nooit opgelost.

Zou deze middenveertiger haar zoon zijn en dezelfde magische krachten bezitten?
Vol twijfels laat ik hem voor de tweede keer achter mij, afvragend of hij mij zou uitlachen, omdat ik ondanks het zweet wat van m'n hoofd afloopt nog steeds niet veel verder dan hem ben.
Verder fiets ik over de Lönsberg, Hooidijk, Tubbergen en weer zie ik het PDM-shirtje voor me opdoemen, dit keer besluit ik om even met hem mee te fietsen om zo een antwoord te krijgen op het mysterie.
Ik knijp iets in de remmen, krijg de zelfde snelheid, groet hem en vraag maar direct hoe het mogelijk is dat ik hem nu al voor de derde keer inhaal.
Lachend kijkt hij mij aan en zegt "ik denk dat als je hard doorrijdt dat je me nog een keer inhaalt, maar dan zal het mijn tweelingbroer zijn".
Dat verklaart voor mij natuurlijk alles, toch wil ik meer weten.
"Waarom fietsen jullie dan apart" vraag ik hem.
"Wij zijn hier op vakantie en we testen of we op vreemd terrein dezelfde route kiezen, thuis in de buurt van Utrecht fietsen we altijd samen en weten voordat we gaan fietsen al van elkaar waar we langs willen, we willen ook weten dat als we de route niet kennen of we dezelfde route fietsen en dat schijnt dus aardig te lukken"
Inderdaad is dit het geval want als ik even later weer alleen fiets en Weerselo verlaat zie ik nog net de voorste helft van de tweeling afslaan richting Deurningen, ikzelf rij door richting Oldenzaal, Tankenberg om zo weer in Denekamp te komen.
Enkele dagen later ontmoet ik ze weer als ik een rondje fiets en na een kort begroetend gesprek kan ik me niet inhouden
en vraag hoe de test verlopen is.
Het blijkt dat ze exact dezelfde route hebben gefietst, drie keer bij dezelfde ANWB-paddestoel te hebben gestopt en dat ze er op anderhalf minuut na exact evenlang over hebben gedaan!!



Een middagje Wilsum ( naar aanleiding van de reeks tijden in juli '94 gereden op de tijdrit hooidijk. 
De reeks is 21.01 min./21.10 min./21.13 min./21.14 min. over 14.3 kilometer glooiend terrein, deels over het latere NK-parcours nabij Ootmarsum)

Het is een mooie, zonnige zomerdag.
Ideaal om eens lekker een middagje lekker lui te gaan zwemmen.
Om half één word ik opgehaaldmet als eindbestemming "De Wilsumer Berge".
Na eventjes een paar keer heen en weer te hebben gezwommen, wordt het tijd om eens lekker in het zand te gaan liggen, het is immers best laat geworden gisteravond.
Niet lang erna worden geluiden vager en langzaam begeef ik mij naar dromenland.

Ik kijk in de etalageruit van Koopmans in Tilligte, één van de weinige in onze omgeving waarin je jezelf goed kunt zien en waarin ik dus even controleer of m'n "zit" nog goed is. Ik zie dat ik mooi rustig op de fiets zit, terwijl ik toch al 35 op m'n teller heb staan. De wind waait lichtjes uit het zuidoosten en het is aangenaam warm.
Ideaal "tijdritweer".
Achter Tilligte sla ik rechtsaf en zet even flink aan om lekker warm te worden, mijn doel is immers een tijd onder de 21 minuten op de "tijdrit Hooidijk".
In Oud-Ootmarsum stap ik even van de fiets, gooi wat dor gras in de lucht om te zien of de wind nog goed staat; nog steeds licht uit het zuidoosten. Dan begeef ik mij naar de start, schroef mijn tempo op en bij het bordje "Oud-Ootmarsum" druk ik m'n stopwatch en fietscomputer in, deze heb ik bij een tijdrit altijd op gemiddelde snelheid staan, want ik weet precies wat er na 14,3 kilometer op moet staan: avs 40,9 km..
In het begin rij ik altijd relatief rustig, die paar seconden winst die je hier kunt pakken na een te drieste start verlies je dubbel op de eerste es. Deze rij ik wel voluit op en met 37 op de teller kom ik in een mooi ritme, bovenop met de bocht mee naar links een tandje erbij en tempo maken.
Even later draai ik de Vasserstraat op en heb het geluk dat 2 auto's me voorbij rijden en dus even van hun slipstream kan profiteren. In de afdaling bij de "Witte hoeve" staat er "56" op de teller, het gaat prima. Even aanzetten in het knikje waar vroeger de Vassekuil was en ik zoef Vasse binnen.
Voor de kerk rechts en op het punt waar het asfalt weer begint even de tussentijd klokken: 9.59 min., als ik in het tweede deel vol door kan gaan moet een tijd onder de 21 minuten mogelijk zijn!
Op de klim achter Vasse schakel ik terug naar de 17, als ik hier op de 16 zou blijven rijden blaas ik me op het stuk vals plat achter de klim met de wind pal tegen helemaal op en kom dan totaal stil te vallen.
Het bos komt dichterbij, de benen gaan hier pijn doen, maar ik moet de teller op 35 houden, ondanks de wind en het vals plat.
Als ik het bos in rij geeft de teller een gemiddelde aan van 39,4 km/u, vorig jaar was dit 39,2 toen ik op 21.05 min.uitkwam!
Bijna zonder te remmen ga ik door de S-bocht en schakel direct naar de 14, even later nog een tandje zwaarder. Hier is het ligstuur ideaal en zo diep mogelijk zittend probeer ik op de lange afdaling mijn gemiddelde snelheid op te krikken.
Bij de afslag achter de parkeerplaats, gelukkig geen tegenliggers zodat ik de volle breedte van de weg kan benutten, heb ik 6 seconden voorsprong op mijn record, ik kan onder de 21!!
Voluit spurtend rij ik over het laatste hellinkje en draai even later de Laagsestraat op om nog één maal aan te zetten voor de eindspurt. Mijn horloge tikt verder 20.48...20.49...20.50, de finish is vlakbij.
Rudi, wil jij ook een ijsje??
Nooit zal ik weten of ik die dag onder de 21 reed.



Later is het me éénmaal gelukt om de 21 minuten grens te doorbreken: 20.53, midden jaren-90.

 

Vakantie 1983/Dagboeknotities.

Afstanden van de reisdagen: 247/136/138/186/155/138/81/110/57/149/131/115/154/120/130/291= 137.50 gemiddeld per dag!!

25-7-83
Om 6.10 vetrek  bij ons. Om 19.00 in Vaals, jeugdherberg. 247 km. Geen pech.
Weer: 27 graden, zuidenwind 3, zonnig

26-7-83
Om 9.30 vertrek uit Vaals. Om 19.00 in Ettelbruck jeugdherberg. 136 km..
Pech: km. 1 spaak van Rudi / km. 52 en 105 spaak van Emiel
Zwaar vooral bij Baraque Michel, klim van ong. 12 km. vals plat en 3 kilometer klimmen in het begin.
Verder constant klimmetjes van ong. 700 meter op en  neer in Luxemburg
Weer: 30 graden, zuidenwind 4, zonnig

27-7-83
Om 9.15 vertrek en aankomst 19.00 uur in Chateau Salins, hotel. 138 km.
Pech: km 1: spaak van Rudi/ km 100 spaak van Wim
Contstant bultjes ong. 50 hoogtemeters, bijna de hele weg.
Weer: 25 tot 30 graden, zuidenwind 3, half bewolkt.

28-8-83
Om 9.00 vertrek en aankomt 20.00 uur Ballon d’Alsace, jeugdherberg. 186 km.
Pech: km. 52 spaak Emiel/ km. 67 spaak Rudi
Constant bultjes, later vlak, na Epinal biginnen de Vogezen, dus hoge toppen.
Naar Plombieres 2 lange beklimmingen en afdalingen. Op het laatst de Ballon d’Alsace.
Emiel 9 km. In 37 min., Rudi 40 min en Wim in 44 minuten.
Weer: boven 30 graden, zonnig en zuidenwind 3

29-7-83
Vertrek om 9.10 en aankomst om 20.15 in Neuchatel, jeugdherberg. 155 km.
Pech: km. 132 spaak van Wim/km. 146 lekke band Rudi
In het beginafdaling Ballon, toen vlakker tussen Vogezen en Jura. In de Jura 2 klimmen van ong. 8 km. En verder veel bergen. Op het eind Vue des Alpes, 20 kilometer voor Neuchatel met prachtig panorama op de Alpen. Vanaf hier afdaling naar Neuchatel van 1183 naar 450 meter in 20 kilometer.
Weer: Zonnig, 30 graden en zuidenwind.

30-7-83
Vertrek 9.10 en aankomst 19.30 uur in Geneve, jeugdherberg. 138 kilometer.
Pech: km. 98 spaak Rudi/km. 123 spaak Wim/km. 136 ongeluk Wim, kapot achterwiel.
Taxi reed Wim van achteren aan, Wim is met chauffeur naar Frankrijk gereden om een nieuw achterwiel te kopen.
In het begin langs het meer van Neuchatel, bijna vlak. Daarna heuvels, maar vanaf en langs Lac Leman ( Meer van geneve) weer vlak met aan de andere kant de Alpen.
Weer: 35 graden. Zonnig en zuidenwind

31-7-1983
Vertrek 9.10 en aankomst 13.00 uur in Annecy, jeugdherberg. 81 km.
Onderweg berg van 700 meter en hele weg op en neer. Geen pech
Weer: 35 graden, zuidenwind 2 en zonnig.

1-8-83
Vertrek 10.30, (gezocht voor tube voor Wim z’n achterwiel, maar niet gevonden)  aankomst 18.00 uur in St. Avre tussen Madeleine en Glandon. Hotel. 110 km.
We konden niet verder de Glandon op door onweer.
Door de Alpen, 3 klimmem; Col de Leschaux, Col de Frene met geweldig mooie afdaling en klim naar St. George.
Lekke band Emiel bij km. 96.
Weer: 25 graden, bewolkt en onweer.

2-8-1983
Vertrek 10.40 uur, aankomt le Bourg d’Oisans na 57 kilometer in jeugdherberg.
10.47 start van de Glandon.
Klimtijden: Emiel 1.31.30 / Rudi 1.34.55 / Wim 1.45. Tweede helft van de Glandon soms zeer steil, afdaling niet zo steil, soms zelfs weer klimmen. Ook naar voet van de l’Alpe d’Huez geweest.
Weer: 23 graden en bewolkt. Geen pech

 

3-8-83
L’Alpe d’Huez beklommen in 1.00 uur, op het laatst verkeerd gereden. Kapotte spaak in 1e kilometer klim.

4-8-83
Col du Lautaret en Col du Galibier beklommen met Emiel.

5-8-83
Vertrek om 9.30 uur aankomst in Lagnieu om 18.30 uur in hotel. 149 km.
Begin terugweg, geen meter vlak naar Grenoble constant omlaag, daarna heuvels.
1 Col ( de Blanchet, 695 meter) Geen pech
Weer± 25 graden, noordenwind 4, zonnig.

6-8-83
Vertrk om 10.00 uur en aankomst Polignu om 18.30 uur in hotel. 131 km.
Constant heuvels. Pech: bij de start een lekke band van Emiel.
Weer: 23 graden, zonnig, later bewolkt, noordenwind 4.

7-8-83
Vertrek 9.50, aankomst Vesoul om 18.00 uur, jeugdherberg. 115 km.  Constant heuvels.
Weer: 22 graden, half bewolkt en noordenwind 3 a 4. Begin van mijn steenpuist

8-8-83
Vertrek 9.50 uur, aankomst in Nancy om 20.00 uur, hotal de la Poste. 154 km.
Heuveltjes, stelde niet veel voor. Pech: spaak van Rudi km. 132. Nog steeds steenpuist.
Weer: 27 graden, ZO wind 4 en zonnig

9-8-83
Vertrek om 9.30 en aankomst om 18.30 in stad Luxemburg.120 km.
Vrij vlak, op het laatst begin v.d. Ardennen, dus heuvels.
Pech: spaak Rudi, km. 40.
Weer: 32 graden, NO wind 3 en zonnig.


10-8-83
Luxemburg-Spa. 130 km. Aankomst in hotel bij het spoor.
Door Ardennen. Pech: lekke band Wim en wespensteek Rudi

11-8-83
130 kilometer door de Ardennen met Emiel.

12-8-83
Spa- Denekamp. Van 8.45 tot 22.45 toen in Denekamp. 291 kilometer.
Wim had spaakbreuk in Duitslan en Emiel dubbellek vlak voor Enschede.